Contact   28     

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Atmosferische druk
    6 / 20   Druk
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Druk
- Hydraulische druk
- Atmosferische druk
- Hydrostatische druk
- U-vormige buis
- Vloeistofstroming
- Vergelijking van Bernouilli


Transcriptie van de slides

Atmosferische druk - Druk - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Atmosferische druk

De atmosfeer geeft zelf ook een druk.
Hoe verder men van het aardoppervlak verwijderd is, hoe ijler de lucht en hoe kleiner deze druk.
Er is een standaard atmosferische druk aan het aardoppervlak gedefinieerd bij normale omstandigheden:
Men duidt deze normdruk ook aan als 1 atm (atmosfeer)
Opmerking: in de oefeningen wordt p0 gesteld op 1,0 . 105 Pa.
p0 = 1,013 . 105 Pa

Atmosferische druk

De atmosferische druk neemt exponentieel af met de hoogte boven het aardoppervlak.
Op 10 km hoogte is dit nog maar 250 hPa.
Daarom dat men in een vliegtuig een kunstmatige druk aanhoudt, die echter nog steeds lager is dan op de grond (rond de 800 hPa).

Maagdenburger halve bollen

The enorme kracht van luchtdruk werd aangetoond door de Duitsewetenschapper en burgemeester van Maagdenburg, Otto von Guericke in 1654.
Hij verbond twee halve bollen met een diameter van ongeveer 50 cm diameter en onttrok er met een pomp de lucht uit, zodat een vacuum ontstond.
De halve bollen konden niet door een span van paarden uiteen getrokken worden. 
Men kan berekenen dat de benodigde kracht ongeveer 20 000 N bedraagt, overeenkomend met het optillen van een auto of een kleine olifant.

Magdeburg hemispheres

Om de kracht per halve bol te berekenen, volstaat het de luchtdruk te vermenigvuldigen met de doorsnede van de halve bollen. We kunnen dit aks volgt inzien:
Deze dwarsoppervlakte is p.(0,25)2 = 3,14 . 0,0625 = ongeveer 0,20 m2. Dus de kracht per halve bol is ongeveer 105 . 0,20 = 20000 N
Dit komt ongeveer overeen met een kracht van vier paarden per halve bol.
De druk valt in alle richtingen in: we kunnen we zeggen dat (bvb. In het vlak van het blad) de gemiddelde druk (valt in tussen 0° en 90°) op een oppervlak invalt dat een hoek heeft van 45° met de dwarsdoorsnede. Dit oppervlak (B) is 2/√2 groter, maar draagt door de 45° hoek ook maar voor √2/2 bij aan de horizontale kracht, dus uiteindelijk komt het op hetzelfde neer als een horizontale kracht p.A.

Toelatingsexamen arts en tandarts