Contact   1044  27       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Tweede bewegingswet
    11 / 35   Krachten I
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Traagheidsbeginsel
- Krachten tekenen
- Krachten optellen
- Ontbinden van krachten
- F = m.a
- Zwaartekracht
- Op een helling
- Gewicht
- Spankracht
- Actie = -reactie
- Katrollen
- Veerkracht
- Archimedeskracht


Transcriptie van de slides

F = m.a - Krachten I - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Tweede bewegingswet

Als er wel een kracht op een lichaam werkt, vervormt het (maar daar gaan we het niet over hebben, want we gaan van 'stijve' lichamen uit) en/of versnelt of vertraagt het.
Hier komen we onmiddellijk de tweede bewegingswet van Newton tegen: een kracht geeft een versnelling.
Hierbij is m de massa van het voorwerp, a de versnelling
De eenheid van kracht is de N (newton). Dit is gelijk aan 1 kg.m/s2.
We schrijven "de absolute waarde" van a, omdat de grootte van a zowel positief als negatief kan zijn, en de grootte van F altijd positief is. Bij negatieve a is de kracht vertragend, anders is ze versnellend.
F = m . |a|

Voorbeeld

Bijvoorbeeld, een wagen van 800 kg rijdt met een snelheid van 72 km/h, hij remt en komt tot stilstand na 5,0 s.
Hoe groot was de remkracht?
a = Dv/Dt = -20 / 5,0 = -4,0 m/s2
F = m . |a| = 800 . 4,0 = 3,2.103 N

Formule in vectorvorm

Opmerking: a en F kunnen allebei als vector voorgesteld worden. Ze werken in dezelfde richting en zin.
F = m . a

Toelatingsexamen arts en tandarts