Contact   1044  22       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Resulterende kracht
    5 / 35   Krachten I
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Traagheidsbeginsel
- Krachten tekenen
- Krachten optellen
- Ontbinden van krachten
- F = m.a
- Zwaartekracht
- Op een helling
- Gewicht
- Spankracht
- Actie = -reactie
- Katrollen
- Veerkracht
- Archimedeskracht


Transcriptie van de slides

Krachten optellen - Krachten I - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Resulterende kracht

Optellen van krachten gebeurt door het optellen van de vectoren.
De kracht die hieruit ontstaat noemt men de resulterende kracht (of resultante).
Fr = F1 + F2
Waarbij voor de grootte van Fr geldt:
waarbij a de hoek tussen F1 en F2 is:
Opgelet: verwar niet met de cosinusregel, het is hier + 2 F1 F2…!
F12 + F22 + 2 F1 . F2 . cos a

Voorbeeld

Hoe groot is de resulterende kracht?
F2 = 350 N
F1 = 500 N
a = 60°
F12 + F22 + 2 F1 . F2 . cos a
5002 + 3502 + 2 . 500 . 350 . cos 60°
= 740 N

Wat met de richting van F<sub>r</sub>?

Maar wat met de richting van de resulterende vector?
Wel, hier geldt voor de y-componenten dat F2,y = Fr,y
Dus F2 . sin a = Fr . sin q
Hieruit kunnen we dan q berekenen.
Fr,y = F2,y

Meer dan twee krachten

Bij drie krachten (of meer) berekenen we eerst de resulterende kracht van twee krachten (F1,2) en dan berekenen we de resulterende kracht tussen F1,2 en F3 (enzovoort).
F1,2,3

Toelatingsexamen arts en tandarts