Contact   1044  1       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Natuurlijke radioactiviteit
    5 / 23   Radioactiviteit
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Atoommodel
- Isotopen
- Radioactiviteit
- Radioactieve vervalwet
- Activiteit
- Stralingsdosis
- Kernsplijting
- Kernfusie


Transcriptie van de slides

Radioactiviteit - Radioactiviteit - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Natuurlijke radioactiviteit

Het is gebleken dat niet alle kernen stabiel zijn. Deze zullen deeltjes uitsturen, wat men (natuurlijke) radioactiviteit noemt.
Zo is bijvoorbeeld C-14 een radioactief atoom.
Het uitsturen van deze deeltjes resulteert in radioactieve straling die schadelijk kan zijn voor de mens.
Er zijn drie typen deeltjes die uit een dergelijk radioactief atoom kunnen uitgestoten worden.
a-deeltjes: dit zijn de zwaarste deeltjes, het zijn in feite heliumkernen. Een blad papier kan deze deeltjes tegenhouden.
b-deeltjes: dit zijn elektronen of positronen. Een aluminiumplaat of enkele meters lucht kan deze tegenhouden.
g-deeltjes: dit zijn elektromagnetische stralen. Afhankelijk van de intensiteit zal een betonnen of loden muur van enkele centimeters tot meters dikte nodig zijn om deze stralen tegen te houden.

Voorbeeld alfa-straling

Bij dergelijke reactievergelijkingen moet het massagetal en het atoomnummer behouden blijven 238 = 234 + 4 en 92 = 90 + 2.
Of ook:

Voorbeeld beta<sup>-</sup>-straling

Een neutron wordt hierbij omgezet naar een proton en een elektron:
Bij b--straling worden elektronen uitgezonden, bijvoorbeeld:
p = 19
n = 21
p = 20
n = 20
Of ook:

Voorbeeld beta<sup>+ </sup>-straling

Bij b+-straling worden positronen uitgezonden, dit zijn deeltjes met de massa van een elektron, maar een positieve lading.
Een proton wordt hierbij omgezet naar een neutron en een positron:
Of ook:

Waarom zijn sommige kernen radioactief?

De instabiliteit van kernen heeft vooral te maken met het aantal neutronen in de kern.
Deze moeten de afstotende werking van de protonen opvangen door de samenbindende sterke kernkracht.
Zowel teveel als te weinig neutronen kunnen radioactiviteit tot gevolg hebben.
Bijvoorbeeld bij teveel neutronen wordt een neutron omgezet in een proton en een elektron wordt uitgezonden (b--verval).
Bij te weinig neutronen wordt een proton omgezet in een neutron en een positron wordt uitgezonden (b+-verval).
Men hanteert hierbij het begrip neutronenoverschot: dit is A - 2Z.
Als er evenveel neutronen als protonen zijn is A – 2Z = 0.
Bij zware elementen moet het neutronenoverschot groot genoeg zijn om stabiel te zijn.

Neutrino’s

Vaak worden bij kernreacties ook neutrino’s uitgezonden, zoals bijvoorbeeld bij b-verval.
Deze hebben massa 0 en lading 0.
Een neutrino wordt aangeduid met de letter n (“nu”).
Er zijn verschillende types neutrino’s.
Het gaat zo goed als ongehinderd door normale materie heen.

Toelatingsexamen arts en tandarts