Contact   1044  3       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Rotatie-evenwicht
    12 / 18   Draaibeweging
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De inhoud van dit hoofdstuk is momenteel geen onderdeel van de examenstof.

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Rotatie
- Traagheidsmoment
- Parallele-as theorema
- Kinetische draai-energie
- Rollen
- Krachtmoment
- Arbeid en vermogen
- Rotatie-evenwicht
- Impulsmoment


Transcriptie van de slides

Rotatie-evenwicht - Draaibeweging - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Rotatie-evenwicht

Net zoals een voorwerp in evenwicht is als de som van de krachten die erop inwerken nul is, is een object in rotatie-evenwicht als de som van de krachtmomenten die erop inwerken nul is.
Σt = 0
Natuurlijk moet hierbij rekening worden gehouden met de zin en richting van de krachtmomenten.

Hefboom

Een toepassing is een hefboom: als het moment dat in wijzerzin draait even groot is als het moment dat in tegenwijzerzin draait, is het systeem in evenwicht. Dit betekent voor onderstaande hefboom:
Men kan zo dus een zware last (links) met een lichte kracht (rechts) omhoog krijgen.
Men zegt ook “kracht maar krachtarm is last maal lastarm”.
Aangezien de krachtarm rechts groter is dan deze links, is in evenwicht de kracht rechts kleiner dan de kracht links (hier zijn de krachten de zwaartekracht).
Flinks
Frechts
rlinks
rrechts
tlinks = t rechts of Flinks x rlinks = Frechts x rrechts

Opmerking

Bij meer dan één kracht links of rechts, telt men alle momenten die de hefboom in wijzerzin draaien op en alle momenten die de hefboom in tegenwijzerzin draaien op, bvb:
F1 en F2 draaien de hefboom in tegenwijzerzin, F3 in wijzerzin, dus:
F1 . r1 + F2 . r2 = F3 . r3

Nog een opmerking

Als de hefboom zelf ook een significante massa heeft, tekent men nog een kracht bij in het massamiddelpunt van de hefboom met als grootte de zwaartekracht (massa x g).
Flinks
Frechts

Toelatingsexamen arts en tandarts