Contact   1043  51       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Warmte
    4 / 19   Warmte
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Temperatuur en warmte
- Thermische uitzetting
- Soortelijke warmte
- Warmteoverdracht
- Warmtecapaciteit
- Conductiviteit
- Faseovergangen


Transcriptie van de slides

Soortelijke warmte - Warmte - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Warmte

Materie bestaat uit deeltjes.
De deeltjes bewegen in materie en de botsingen ertussen geeft warmte af.
Toevoegen van warmte, bijvoorbeeld door verhitten in een vlam, verhoogt de beweging van de deeltjes in een voorwerp en maakt dat het voorwerp opwarmt.
Het verband tussen de warmte en de temperatuursverandering van een massa wordt gegeven door:
hierbij is c de soortelijke of specifieke warmtecapaciteit van de stof.
Warmte Q = c .m . DT

Soortelijke warmtecapaciteit

Als c hoog is, bijvoorbeeld voor water, zal veel warmte toegevoegd moeten worden om de massa op te warmen en de stof zal slechts traag opwarmen of afkoelen.
Als c laag is, bijvoorbeeld bij metalen, zal de stof snel opwarmen of afkoelen.
c van water = 4186 J/(kg.K)
Dus 4186 J is de warmte nodig om 1 kg water 1 K (of 1 °C) op te warmen.

Toelatingsexamen arts en tandarts