Contact   1044  20       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Zwaartekracht
    14 / 35   Krachten I
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Traagheidsbeginsel
- Krachten tekenen
- Krachten optellen
- Ontbinden van krachten
- F = m.a
- Zwaartekracht
- Op een helling
- Gewicht
- Spankracht
- Actie = -reactie
- Katrollen
- Veerkracht
- Archimedeskracht


Transcriptie van de slides

Zwaartekracht - Krachten I - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Zwaartekracht

We zagen al dat voorwerpen boven het aardoppervlak naar het aardoppervlak vallen met versnelling g.
Dit is te wijten aan de zwaartekracht, we schrijven deze dan ook als:
g noemen we de valversnelling en is in onze streken 9,81 m/s2.
(die we zoals eerder vermeld zullen afronden naar 10 m/s2)
g wordt ook de gravitatieveldsterkte of zwaarteveldsterkte genoemd, en men noteert de eenheid dan meestal als N/kg, wat hetzelfde is als m/s2.
Fz = m . g

Normaalkracht

Als de zwaartekracht een voorwerp naar omlaag trekt, blijft de zwaartekracht het voorwerp naar beneden trekken ook als het op de grond ligt.
Hoe komt het dan dat het stil blijft liggen, terwijl de kracht toch blijft werken? Een voorwerp waarop een kracht werkt versnelt toch?
De grond oefent een tegenkracht uit: de normaalkracht. Deze is gelijk in grootte en tegengesteld aan de zwaartekracht, dus ze heffen mekaar op, de resulterende kracht is nul.
Volledig correct zou zijn de normaalkracht te laten aangrijpen ter hoogte van de grond, maar dat is moeilijk te tekenen

Toelatingsexamen arts en tandarts