Contact   1044  26       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Atoomtheorie van Rutherford
    7 / 21   Atomen
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Inleiding
- Atomen
- Elektronenconfiguratie
- PSE
- Isotopen
- Atoommassa
- Atoomstraal
- Ionen


Extra info

Transcriptie van de slides

Atomen - Atomen - Chemie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Atoomtheorie van Rutherford

Een atoom bestaat uit: een kern, waarin positief geladen protonen en neutraal geladen neutronen zitten, en negatief geladen elektronen die rond de kern cirkelen.
Er zijn evenveel protonen als elektronen in een atoom.
Bijvoorbeeld een C-atoom (koolstofatoom):
Kern: 6 protonen en 6 neutronen
Proton
Neutron
Elektron

Massa’s van deeltjes

De massa's van proton en neutron zijn bijna gelijk.
Ongeveer 1,67.10-27 kg
Een elektron is veel lichter (ongeveer 2000x).
Ongeveer 9,1.10-31 kg

Element

Een element is een atoomsoort, voorgesteld door een chemisch symbool, bijvoorbeeld het element waterstof met als chemisch symbool H, het element zuurstof (O),…
De lijst van symbolen van chemische elementen vinden we in het periodiek systeem van elementen (PSE, zie verder).

Voorstelling van een atoom

Een atoom wordt voorgesteld als volgt:
waarbij A het massagetal is, dit is de som van het aantal protonen en neutronen, en Z het atoomnummer, dit is het aantal protonen in de kern.
Bijvoorbeeld het atoom natrium:
Het aantal protonen is 11, het aantal elektronen is 11.
Het aantal neutronen is 23 - 11 = 12.
Men schrijft soms ook enkel het massagetal, bvb. 23Na.
X noemen we het element of de atoomsoort: bvb. Na (natrium). Een element wordt gekarakteriseerd door Z. Voor Na is Z = 11.

Toelatingsexamen arts en tandarts