Contact   1044  25       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
    1 / 48   Bloed en afweer
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Bloedcellen
- Bloedplasma
- Bloedstolling
- Bloedgroep
- Bloedsomloop
- Hart
- Atherosclerose
- Lymfesysteem
- Afweersysteem
- T-cellen
- B-cellen
- Vaccinatie


Extra info

Transcriptie van de slides

Bloed en afweer - Biologie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Bloed

Gemiddeld heeft een mens 5 liter bloed.
Het bloed bestaat uit:
plasma (de vloeistof)
bloedlichaampjes
Tot de bloedlichaampjes behoren rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes.

Hematocriet

Een normale hematocrietwaarde ligt tussen 35 % en 50 %.
Hematocriet =
Volume rode bloedcellen
Totaal bloedvolume
* 100 %

Rode bloedlichaampjes

Deze zijn biconcaaf (hol aan beide kanten).
Ze hebben geen kern, daarom noemt men ze doorgaans bloedlichaampjes en niet bloedcellen (wat nochtans veel gezegd wordt en ook mag).
Links een rode bloedcel.

Rode bloedlichaampjes

Ze zijn rood gekleurd door hemoglobine, het ijzerhoudend rood pigment dat voor zuurstoftransport zorgt.
De levensduur is ongeveer 120 dagen.
Ze worden geproduceerd in het beenmerg (2 miljoen nieuwe gevormd per seconde!).
Er zijn ongeveer 5 miljoen rode bloedlichaampjes per mm3.

Witte bloedcellen

Iets groter dan de rode, ze hebben een kern.
Op 700 rode bloedlichaampjes komt er maar één witte bloedcel voor.
Ze leven 4-10 dagen en hebben een belangrijke rol bij de bescherming van het lichaam bij infecties.
Ze worden aangemaakt in het beenmerg. Er zijn veel types met elk een verschillende functie.
Rechts een witte bloedcel.

Witte bloedcellen en afweer

Indien een lichaamsvreemde structuur (bacterie,...) het lichaam binnendringt, verlaten de witte bloedcellen de bloedbaan en vernietigen de indringers door krachtige afbraakenzymen uit te scheiden.
Ook oude celfragmenten,... worden vernietigd.
Dit levert dan een plaatselijke vochtophoping (zwelling).
De witte bloedcellen sterven dan massaal af en vormen etter.
Bepaalde witte bloedcellen (de lymfocyten) gaan ook antistoffen aanmaken en hiermee indringers “markeren” waardoor andere bloedcellen de indringers aanvallen en opruimen.

Lymfocyten

De lymfocyten maken antistoffen tegen vreemde lichamen aan, zodat ze vernietigd kunnen worden door andere witte bloedcellen.
Er zijn twee types lymfocyten.
B-lymfocyten: rijpen in het beenmerg.
T-lymfocyten: rijpen in de thymus.
De lymfocyten ontstaan uit stamcellen in het beenmerg.
Ze migreren dan naar de verschillende lymfoïde organen zoals milt, lymfeknopen en keelamandelen, waar ze ook verder geproduceerd worden.
Milt = spleen (Eng.)

Thymus en milt

De thymus.

Bloedplaatjes

De bloedplaatjes hebben een belangrijke rol bij de bloedstolling (zie verder).
Ze worden gevormd in het beenmerg.

Toelatingsexamen arts en tandarts