Contact   38     

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Bouw van het chromatine
    15 / 48   Erfelijk materiaal
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Bouw van DNA en RNA
- DNA-replicatie
- Chromosomen
- Eiwitsynthese
- Universele Genetische Code
- Genen
- Genregulatie
- Mitose en meiose
- Mitose
- Meiose
- Crossing-over
- Epigenetica


Extra info

Transcriptie van de slides

Chromosomen - Erfelijk materiaal - Biologie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Bouw van het chromatine

Als de cel zich niet op een celdeling aan het voorbereiden is, zit het DNA in de vorm van chromatine in de kern.
Dit zijn vezels waarin het DNA gebonden zit op eiwitcomplexen (nucleosomen, bestaande uit histoneiwitten) als in een parelsnoer.

Chromosomen

Als de cel begint te delen, verdicht het chromatine zich tot chromosomen.
Elk chromosoom bestaat dan uit twee identieke chromatiden (er is dus een verdubbeling, maar enkel tijdens de celdeling) en elk bevat één lange DNA-molecule.
De eiwitten vormen het skelet, waarrond het DNA gekronkeld zit.
De twee DNA-moleculen in een chromosoom zijn identiek.
Een chromosoom is ongeveer 5 mm lang.

Chromosomen bij de mens

Chromosomen komen bij diploïde dieren zoals de mens in lichaamscellen altijd in paren voor, in elk paar zijn er twee homologe chromosomen.
De homologe chromosomen bevatten informatie voor dezelfde kenmerken, maar de DNA moleculen zijn niet identiek.
Bij de mens zijn er 23 paar chromosomen = dus 46 chromosomen.

Geslachtschromosomen

Bij de mens is paar 23 niet homoloog: vrouwen hebben twee X chromosomen, mannen een X en een Y chromosoom, dit noemen we de geslachtschromosomen.
De andere chromosomen noemen we autosomen.
Opmerking: niet bij alle diersoorten komt dit XY/XX schema voor

Bevruchting

Opmerking: geslachtscellen (spermatozoïden en eicellen) zijn haploïd (n) : ze hebben maar één stel chromosomen, vb. bij de mens 23.
Bij de bevruchting zullen de chromosomen van beide geslachtscellen een nieuwe diploïde cel opleveren, met de chromosomen van beide.
De vader bepaalt het geslacht van het kind, want die geeft X of Y.
Spermacel: 23 chromosomen (n), X of Y
Eicel: 23 chromosomen (n), X
46 chromosomen
Zygote
Bevruchting

Chromosomenkaart

Voorbeeld bij de mens (een man):
Merk op dat de chromatiden hier niet verdubbeld zijn, in een karyogram neemt men normaal wel de metafase-chromosomen (dus verdubbelde chromatiden).

Toelatingsexamen arts en tandarts