Contact   30     

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
Eiwitsynthese
    21 / 48   Erfelijk materiaal
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Bouw van DNA en RNA
- DNA-replicatie
- Chromosomen
- Eiwitsynthese
- Universele Genetische Code
- Genen
- Genregulatie
- Mitose en meiose
- Mitose
- Meiose
- Crossing-over
- Epigenetica


Extra info

Transcriptie van de slides

Eiwitsynthese - Erfelijk materiaal - Biologie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Eiwitsynthese

Als in een cel een bepaald eiwit moet worden aangemaakt (vb. spijsverteringsenzymen in de darmcel), gaan bepaalde chemische prikkels die van buiten de cel komen het stukje DNA dat de informatie bevat voor dat eiwit (een gen) activeren.
Het eerste dat gebeurt is de transcriptie van het DNA: het overschrijven van DNA in mRNA.
Daarna volgt de translatie: vertalen van mRNA in een eiwit.

Transcriptie van het DNA

Dit gebeurt in de celkern. Er wordt dan door RNA-polymerase een afdruk van het DNA in RNA gemaakt. Dit RNA wordt mRNA genoemd (messenger RNA of boodschapper-RNA).
Slechts één streng wordt overgeschreven (de “antisense-strand”), in de richting 3’ naar 5’).

Transcriptie van het DNA

Het mRNA verlaat de kern door de poriën in de kernmembraan.

Translatie

In het cytoplasma komen vrije ribosomen voor.
Dit zijn celorganellen die bestaan uit twee delen, een groot en een klein.
Het wordt voorgesteld als:
Bij aanwezigheid van mRNA gaan de twee delen zich verenigen, zich aan het mRNA hechten en actief worden.
Een ribosoom bestaat trouwens ook voor een groot gedeelte uit RNA (rRNA of ribosomaal RNA).
ribosoom
translatierichting

Translatie

Nu zijn er in het cytoplasma tRNA ketens (transport RNA) aanwezig, dit zijn klaverbladvormige RNA structuren, met aan één kant een triplet van drie basen (het zogenaamde anticodon) en aan de andere kant één aminozuur.
Bij hetzelfde anticodon hoort steeds hetzelfde aminozuur.
Een tRNA:
Aminozuur
Vb. GCA

Translatie

Er is een tRNA voor elk mogelijk triplet.
Dus zijn er 64 tRNAs voor 20 verschillende aminozuren.
Er zijn dus aminozuren die door meerdere tRNA’s aangebracht worden.

Translatie

De ribosomen beginnen het mRNA te vertalen: per codon (3 opeenvolgende basen – bvb. GGC) wordt een tRNA molecule aangetrokken met het complementaire anticodon.
De door het tRNA meegebrachte aminozuren worden aaneengeregen (met peptidebindingen) en het eiwit groeit.
Dit vertalen van de mRNA keten naar een eiwit noemen we de translatie.
Meerdere ribosomen kunnen samenwerken om samen het mRNA te vertalen.

Toelatingsexamen arts en tandarts