Contact   1044  16       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
    1 / 46   Overerving
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Definities
- Wetten van Mendel
- Epistasie
- Gekoppelde genen
- Geslachtsgebonden overerving
- Mutaties
- Monogene aandoeningen
- Down-syndroom
- Stambomen
- Epigenetische overerving


Extra info

Transcriptie van de slides

Overerving - Biologie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Basisbegrippen

Gen: een stuk DNA dat verantwoordelijk is voor een kenmerk.
Diploïd: van elk stuk DNA zijn er twee kopieën (op homologe chromosomen).
Allel: varianten van een gen, bvb. een allel voor bruine oogkleur, voor blauwe oogkleur. Er zijn twee homologe chromosomen, dus twee mogelijke varianten (verschillende basenopvolging in het DNA). De combinatie van de twee allelen van het allelenpaar bepaalt de verschijningsvorm, bvb. je haarkleur, je oogkleur,…
Homozygoot voor een allelenpaar: de allelen op de homologe chromosomen zijn gelijk.
Heterozygoot voor een allelenpaar: de allelen op de homologe chromosomen zijn verschillend.

Basisbegrippen

Dominant allel: komt tot uiting indien aanwezig.
Bvb. het allel voor bruine oogkleur is dominant.
Recessief allel: komt enkel tot uiting als dominant allel niet aanwezig.
Bvb. het allel voor blauwe oogkleur is recessief.
Allelen geven we vaak aan met een letter:
Een dominant allel met een hoofdletter.
Een recessief allel met een kleine letter.
Homozygoot voor dominant allel
Homozygoot voor recessief allel
Heterozygoot

Basisbegrippen

Genotype: geheel van allelen.
Bijvoorbeeld: Aa
Fenotype: uiterlijke verschijningsvorm.
Bijvoorbeeld: bruine ogen. Het genotype is daarmee niet altijd gekend (kan bruin-bruin of bruin-blauw zijn).
Uitwendige factoren veranderen het fenotype, maar niet het genotype.

Basisbegrippen

Partiële dominantie: als beide allelen bijdragen tot de uiterlijke verschijningsvorm en er een “tussenvorm” ontstaat.
Bijvoorbeeld: bij Japanse wonderbloem; rr -> rode bloem, ww -> witte bloem, rw -> roze bloem.
Co-dominantie: hier ontstaat geen tussenvorm, maar komen beide allelen tot uitdrukking.
Bijvoorbeeld:
IAI0 -> bloedgroep A
IBI0 -> bloedgroep B
IAIB -> bloedgroep AB
(A en B zijn eiwitten)

Toelatingsexamen arts en tandarts