Contact   1044  14       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
    1 / 23   Skelet en spieren
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Skelet
- Spieren


Extra info

Transcriptie van de slides

Skelet en spieren - Biologie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Het menselijk skelet

Het skelet (of geraamte) van een mens bestaat uit 206 botten.
Het skelet geeft stevigheid aan het lichaam en aanhechting voor de spieren.
1. voorhoofdsbeen (os frontale)
2. wandbeen (os parietale) (L, R)
3. slaapbeen (os temporale) (L, R)
4. achterhoofdsbeen (os occipitale)
5. jukbeen (os zygomaticum) (L, R)
6. bovenkaakbeen (maxilla) (L, R, wordt echter soms als een enkel versmolten bot beschouwd)
7. onderkaak (mandibula)
8. halswervel (vertebra cervicalis) (7)
9. neusbeen (os nasale) (L, R)
10. borstbeen (sternum)
11. opperarmbeen (humerus) (L, R)
12. ellepijp (ulna) (L, R)
13. spaakbeen (radius) (L, R)

Het menselijk skelet

14. lendenwervel (vertebra lumbalis) (5)
15. heup (os coxae) (L, R)
16. heiligbeen (os sacrum)
18. dijbeen (femur) (L, R)
19. knieschijf (patella) (L, R)
20. scheenbeen (tibia) (L, R)
21. kuitbeen (fibula) (L, R)
25. sleutelbeen (clavicula) (L, R)
28. rib (costa) (12L, 12R)
29. schouderblad (scapula) (L, R)
Verder vermelden we nog de vinger en teenkootjes, hand- en voetwortelbeentjes, de drie beentjes in het middenoor (zie daar in meer detail beschreven), stuit of staartbeen.

Soorten beenderen

Pijpbeenderen: lange slanke beenderen, met aan de uiteinden een kop dat in een gewricht past. Voorbeelden: ellepijp, dijbeen, middenhandsbeentjes…
Men onderscheidt korte en lange beenderen.
Platte beenderen: bvb. in de schedel, schouderblad,…
Sesambeenderen: bevinden zich in het verloop van een pees. bvb. de knieschijf.
Onregelmatige beenderen: bvb. de wervels en hand- en voetwortelbeentjes.

Botweefsel

Botweefsel bestaat voornamelijk uit botcellen (vooral osteocyten) en uit een harde botmatrix, bestaande uit calcium (kalk)- en fosforzouten en collageenvezels. Deze laatsten maken dat het bot ondanks de hardheid niet zeer breekbaar is.
Botweefsel is dynamisch, ook in volwassen toestand: botweefsel wordt voortdurend opgebouwd en afgebroken.
Het hardste deel van het bot ligt aan de buitenkant (compact bot), het zachtere deel aan de binnenkant (spongieus bot)

Beenmerg

In het binnenste van de beenderen treffen we de mergholte aan, waarin zich aan de uiteinden het rode beenmerg bevindt, dat rijk doorstroomd is door bloedvaten, en in het middendeel het gele beenmerg
De rode beenmergcellen zijn stamcellen, dit zijn cellen die het vermogen tot verschillende soorten cellen uit te groeien
Uit deze groeien de witte en rode bloedcellen en de bloedplaatjes
Leukemie is een woekering (kanker) van witte bloedcellen. De cellen zijn ook afwijkend.
Leukemie kan steeds vaker succesvol behandeld worden, onder meer door chemotherapie.
Leukemiecellen in het rode beenmerg

Kraakbeen

Kraakbeen is een elastische vorm van bindweefsel dat aan gewrichtsoppervlakken van beenderen voorkomt.
Het dankt zijn eigenschappen aan de zogenaamde extracellulaire matrix die vooral uit water en collageenvezels bestaat.
Het heeft daardoor vaak de functie als “stootkussen” (schokabsorptie) – bijvoorbeeld de tussenwervelschijven.
Het maakt ook dat in de gewrichten de beenderen met weinig wrijving langs elkaar kunnen glijden (bvb. in de knie,…).
Kraakbeen bevat geen bloedvaten of zenuwen.
De kraakbeencellen (chondrocyten) worden gevoed via diffusie.
Daardoor groeit en herstelt kraakbeen ook relatief langzaam.

Herstel van een breuk

Als een bot gebroken is, wordt er op de plaats van de breuk eerst spongieus kraakbeen gevormd. Dit geeft een verdikking rond het been, die callus genoemd wordt.
Daarna zal het kraakbeen geleidelijk door been vervangen worden.
Callus bij een herstellende breuk.

Osteoporose

Bij osteoporose is er een verminderde hoeveelheid bot in de beenderen, de kans op een breuk is daardoor groter.
Afnemen van de bothoeveelheid is een normaal proces bij het ouder worden. Bij vrouwen vanaf de menopauze is er een verhoogde afname door de afgenomen hoeveelheid oestrogeen.
Voor een goede botopbouw is ook voldoende vitamine D (voldoende zonlicht), calcium, magnesium en genoeg beweging nodig.

Gewricht

Een gewricht is een verbinding tussen twee botten waarbij beweging mogelijk is.
De meest ingewikkelde vorm van een gewricht is een synoviaal gewricht.
Bij een synoviaal gewricht (bvb. in de knie) bevindt er zich een stroperige vloeistof tussen de beenderen, de synoviale vloeistof. Deze laat de beweging tussen de botten vloeiend verlopen.
Gewrichtsbanden (ligamenten) en kraakbeenringen (de meniscus in de knie) verstevigen de structuur.
De slijmbeurs (bursa) zorgt ervoor dat de pees niet schuurt tegen het been).

Soorten gewrichten

Kogelgewricht (vb. schoudergewricht, heupgewricht)
Condyloide (of eigewricht, vb. polsgewricht)
Zadelgewricht (vb. het gewricht tussen de handwortel en het middenhandsbeentje van de duim)
Scharniergewricht (vb. ellebooggewricht)
Rolgewricht (vb. tussen spaakbeen en ellepijp waardoor handen kunnen draaien)

Artrose

Artrose is een aandoening van het kraakbeen in de gewrichten.
Artrose ontstaat doordat meer kraakbeenweefsel verloren gaat dan dat er gevormd kan worden.
Ook vermindert de vloeistof in de gewrichten, dit geeft aanleiding tot pijn in het gewricht.
Zowat iedereen boven de 60 jaar ontwikkeld in mindere of meerdere mate artrose.
Dit kan ontstekingsreacties tot gevolg hebben, waardoor verdikkingen van de gewrichten ontstaan.
Verdikkingen (noduli) op de gewrichten door artrose.
Behandeling bestaat voornamelijk uit pijnverlichting en beweging van de gewrichten, want te weinig beweging geeft meer stijfheid en pijn.

Reuma

Reumatoïde artritis is een auto-immuunreactie tegen de gewrichten, peesscheden of slijmbeurzen, die hierdoor ontstoken geraken.
Zoals bij artrose geeft dit aanleiding tot pijn, stijfheid en zwelling van het gewricht.
Het is een niet-erfelijke progressieve ziekte, die op elke leeftijd kan ontstaan.
Symptomatische behandeling gebeurt voornamelijk met ontstekingsremmende middelen.

Toelatingsexamen arts en tandarts