Contact   1044  29       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
    1 / 26   Spijsvertering en uitscheiding
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Spijsvertering
- Lever
- Suikermetabolisme
- Homeostase
- Diabetes
- Uitscheiding
- Nieren
- Nefron


Extra info

Transcriptie van de slides

Spijsvertering en uitscheiding - Biologie - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Wat is vertering?

Vertering is de chemische afbraak van grote chemische structuren in voedsel tot kleinere door enzymen.
De voedingsstoffen leveren de nodige energie voor onze activiteiten, bijvoorbeeld om onze spieren te bewegen.
De voedingsstoffen worden verteerd en door de darmwand opgenomen, waarna ze door bloed en lymfe getransporteerd worden naar alle delen van ons lichaam.
De mitochondriën in de cellen voorzien daarna in de verbranding om energie vrij te maken.

De mond

In de mond wordt het voedsel met speeksel vermengd zodat het makkelijker glijdt door keel en slokdarm.
Het speeksel bevat ook amylase voor afbraak van zetmeel tot glucose.
Speeksel bevat ook antilichamen ter bescherming van het lichaam tegen indringers. Ook is er voedselverkleining door middel van de tanden.
De pH van de mondholte is 7 en de temperatuur 37°C, hetgeen ideaal is voor de werking van enzymen zoals amylase.

Slokdarm

De slokdarm heeft als functie het omlaag duwen van voedselbrokken. De spieren in de slokdarm wand vormen hiervoor een ritmische, zogenaamde peristaltische beweging.
De binnenwand is bekleed met een slijmvlies.

Maag

De maag scheidt slijm af om de voedselbrij te laten glijden. Ook beschermt het slijm de maagwand tegen maagzuur en eigen enzymen.
Maagzuur zorgt voor de zure omgeving (pH = 2) voor afbraak van eiwitten en doodt schadelijke bacteriën.
De maag bevat het enzym pepsine voor afbraak van eiwitten. De maag is gespierd voor mengen van voedselbrij.

Twaalfvingerige darm

De twaalfvingerige darm is het eerste deel van dunne darm.
Hier worden eiwitten, vetten en zetmeel verteerd met behulp van gal van de lever en enzymen van de alvleesklier in het alvleessap.
Vetten worden door lipase afgebroken tot glycerol en vetzuren
Het alvleessap bevat nog andere enzymen die voor de afbraak van eiwitten en zetmeel zorgen.
De galzouten splitsen de vetdruppeltjes in kleinere druppeltjes, zodat de vetafbraak sneller gebeurt.

Dunne darm

In de dunne darm gebeurt de absorptie van voedingsstoffen: glucose, aminozuren, glycerol. De dunne darm is rijkelijk doorbloed en sterk geplooid in darmplooien met daarop darmvlokken. Dit laatste is nodig om de absorptieoppervlakte te vergroten.
Als de dunne darm met voedsel gevuld is trekken de darmspieren samen en wordt de voedselbrij heen en weer bewogen, gekneed en met darmsappen vermengd.
De voedingsstoffen worden door bloedhaarvaten en lymfevaten (voor wat betreft een deel van de vetten) in de darmwand opgenomen. Ze worden zo snel mogelijk naar de lever gebracht voor controle.

Toelatingsexamen arts en tandarts