Contact   948  66       

door 
  Wetenschappen  
  CLEAR  
  Edities  
  Test  
    1 / 26   Snelheid en versnelling
 

-

Theorie Examenvragen  

Spring naar:

 

De volgende onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld:

- Snelheid
- Snelheid als vector
- Versnelling
- Handige formule 1
- Handige formule 2
- Niet-eenparige beweging


Transcriptie van de slides

Snelheid en versnelling - Fysica - Theorie - Toelatingsexamen arts en tandarts


Rechtlijnige beweging

We gaan ons in dit hoofdstuk met rechtlijnige bewegingen bezig houden.
Hierbij begeeft een bepaald voorwerp zich van één positie naar een andere positie via een bepaalde lijn.
We kunnen dit op een as voorstellen en stellen dat de massa zich verplaatst van positie s1 naar s2, en van tijdstip t1 naar t2.

Formule snelheid

De verplaatsing is s2 - s1 en stellen we voor als Ds.
Het tijdsinterval is t2 - t1 en stellen we voor als Dt.
De snelheid waarmee de verplaatsing gebeurde, wordt gegeven door:
Dus als de verplaatsing 10,0 meter bedroeg en deze werd in 2,0 seconden gedaan, is de snelheid 5,0 m/s.
Let wel dat dit de gemiddelde snelheid is.
Het kan zijn dat de snelheid soms hoger, soms lager lag, maar gemiddeld was de snelheid 5,0 m/s.

ERB

Een beweging die volgens een rechte lijn verloopt en waarbij de snelheid constant is, noemen we een eenparig rechtlijnige beweging (ERB).
De grafieken van een ERB zien er als volgt uit:

Opmerking

Om veilig met de formules te kunnen werken moeten we al onze gegevens omzetten in de standaard SI-eenheden (m voor afstand en lengte, kg voor massa, s voor tijd,…).
De SI(standaard)-eenheid voor snelheid is m/s.
Als we gegevens hebben met km/h, zetten we ze zo om:
1 km/h = 1000 m / 3600 s = 1/3,6 m/s
Ofwel:
1,0 m/s = 3,6 km/h
Dus om m/s om te rekenen naar km/h vermenigvuldigen we met 3,6. In het omgekeerde geval delen we door 3,6.

Ter herinnering

Opmerking: de vorm x,y . 10n noemt men de wetenschappelijke notatie.

Opgelet!

Het is opletten geblazen bij het intuïtief rekenen met snelheden!
Bijvoorbeeld, iemand rijdt 60 s tegen 4,0 m/s en dan 60 s tegen 5,0 m/s.
Wat is de gemiddelde snelheid over het ganse traject?
Juist, 4,5 m/s:
Ds1 = 60 * 4,0 = 240 m en Ds2 = 60 * 5,0 = 300 m
Ds = Ds1 + Ds2 = 540 m
v = Ds / Dt = 540 / 120 = 4,5 m/s
Maar nu deze vraag: iemand rijdt 1000 m een berg op tegen 4,0 m/s en dan aan de andere kant de berg 1000 m af tegen 20 m/s, wat is nu de gemiddelde snelheid?
Nu is de gemiddelde snelheid over het ganse traject NIET het gemiddelde van de twee snelheden, dus NIET 12 m/s!

Opgelet!

De totale afstand Ds = 2000 m
Dt1 = Ds1 / v1 = 1000 / 4,0 = 250 s
Dt2 = Ds2 / v2 = 1000 / 20 = 50 s
De totale tijd Dt = Dt1 + Dt2 = 250 + 50 = 300 s
v = Ds / Dt = 2000 / 300 = 6,6 m/s!
Daarom ook dat bergritten in de Ronde Van Frankrijk een lager gemiddelde snelheid hebben dan vlakke ritten.

Het kan nog ingewikkelder

In het Nederlands is er sprake van enige spraakverwarring omtrent het begrip snelheid. Stel bijvoorbeeld dat we 200 m oostwaarts rijden en daarna 100 m westwaarts en dit alles in 60 s. We hebben dan in totaal 300 m afstand afgelegd in 60 s en dus v = 300 m/ 60 s = 5,0 m/s.
Maar de verplaatsing is eigenlijk slechts 100 m oostwaarts, we reden immers 200 meter oostwaarts en keerden terug waardoor we slechts 100 meter van ons vertrekpunt uitkomen, en dus is de verplaatsing 100 m oostwaarts, v = 100 m/60 s = 1,7 m/s.
Er zijn dus twee gemiddelde snelheden: afgelegde weg/tijd en verplaatsing/tijd.
In het Engels worden ze met twee verschillende woorden aangeduid: speed is afgelegde weg/tijd, velocity is verplaatsing/tijd en heeft ook een richting.

Toelatingsexamen arts en tandarts